Bij hypoglycemie ... naar DiŽtistenpraktijk Bona Vita

hypoglykemieHypoglycemie

Bij hypoglycemie is er sprake van een te lage bloedglucose na het eten of drinken van koolhydraten (suiker en/of zetmeel). De lage bloedglucose ontstaat doordat het lichaam te lang insuline produceert. Insuline is het hormoon dat ervoor zorgt dat koolhydraten uit het bloed in de lichaamscellen worden gebracht, waardoor de bloedglucose daalt. Bij reactieve hypoglycemie wordt er te lang insuline geproduceerd waardoor de bloedglucose te ver daalt.

De klachten die vervolgens ontstaan zijn onder te verdelen zijn in verschijnselen van het autonome zenuwstelsel zoals trillen, transpireren, bleekheid, nervositeit en angst, misselijkheid, hartkloppingen, honger en tintelingen, en cerebrale verschijnselen zoals duizeligheid, verwardheid, vermoeidheid, spraakstoornis, hoofdpijn, concentratiestoornis, slap gevoel, visusstoornissen, gedragsveranderingen en een verlaagd bewustzijn. De klachten treden twee tot vijf uur na een koolhydraat bevattende maaltijd op en verminderen meestal spontaan na een uur. De klachten verdwijnen ook wanneer er koolhydraten worden gegeten of gedronken.

Wat kunt u zelf doen?

Het lijkt u misschien helder: zodra u hypoglycemische klachten krijgt neemt u wat koolhydraten tot u en is het probleem ‘opgelost’. Zo eenvoudig werkt het echter niet. Zodra u namelijk weer koolhydraten tot u neemt  is het gevaar aanwezig dat er weer te lang insuline geproduceerd wordt waardoor u uiteindelijk in een vicieuze cirkel belandt. Het is belangrijk dat u zorgt voor een stabiele glucosespiegel in het bloed. Hieronder vind u enkele tips die daarbij kunnen helpen:

  • Zorg voor circa zes (koolhydraat bevattende) maaltijden per dag: drie hoofdmaaltijden en drie tussenmaaltijden
  • Zorg dat uw maaltijden een goede balans hebben tussen (vezelrijke) koolhydraten, eiwitten en vetten
  • Kies vooral voor voedingsmiddelen met een lage glycemische index
  • Eet vezelrijk, nuttig min. 200 gram groenten en twee porties fruit per dag. Kies vooral voor oplosbare vezels uit groente, fruit, peulvruchten, haver en maÔs
  • Kies voor ongeraffineerde vezelrijke producten als volkoren granen en deegwaren, zilvervliesrijst, ongezoete muesli, zaden, pitten, noten en pinda’s
  • Lactose (zuivelproducten) mag in normale hoeveelheden worden gebruikt
  • Beperk het gebruik van fructose, bijvoorbeeld in de vorm van appel(peren)stroop, fruitbeleg (jam zonder toegevoegd suiker), diksap of siroop gezoet met fructosestroop
  • Mono- en disachariden kunnen meestal in normale hoeveelheden worden gebruikt. Vermijd echter grote hoeveelheden mono- en disachariden per keer, met name in vloeibare vorm
  • Drink minimaal 1,5 liter vocht per dag, bij voorkeur cafeÔnevrij
  • Beperk het gebruik van alcoholische dranken
  • Zorg voor een volwaardige voeding. Eet rustig en met aandacht. Kauw het voedsel goed
  • Zorg voor voldoende dagelijkse lichaamsbeweging op matig intensief niveau